Sandkasse/hooghalen plo: Forskjell mellom sideversjoner

Fra Lærebøker i jernbaneteknikk
Hopp til navigering Hopp til søk
(opprettet)
 
Ingen redigeringsforklaring
 
(2 mellomliggende revisjoner av samme bruker vises ikke)
Linje 1: Linje 1:
Datum 19 april 2022
* nota terinformatie Kenmerk
Betreft WOB-verzoek 2021-77 planning/afstemming inzake
* IENW BSK 2021 36396
publicatie van het onderzoek naar een zeer ernstig ongeval
* Voorgenomen besluit ProRail en NS t a v conclusies rapport Hooghalen
op een NABO in Hooghalen
 
Geachte ,
Inleiding
Bij brief van 20 december 2021, heeft u namens met een beroep op de Wet
Momenteel wordt door ProRail en NS geschreven aan het rapport naar
openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) informatie verzocht over de onderzoeken van NS en ProRail
aanleiding van het NABO incident te Hooghalen waarbij een machinist is komen
naar een zeer ernstig treinongeluk op een Niet Actief Beveiligde Overweg (NABO) bij Hooghalen,
te overlijden nadat de trein op een agrarisch voertuig is gebotst Tijdens het
waarbij de machinist van de trein is komen te overlijden en enkele treinreizigers lichtgewond zijn
onderzoek hiernaar hebben ProRail en NS recent een bevinding gedaan die
geraakt.
volgens hen ten behoeve van de veiligheid op en rondom het spoor zo snel
U vraagt concreet om alle informatie inzake de planning en vaststelling van de publicatiedatum van
mogelijk moet worden uitgevoerd Op dinsdag 9 februah jl is lenW op
10 maart 2021 van de onderzoeken en de afstemming hierover tussen betrokken partijen.
ambtelijk niveau bg^ifiraat door ProRail en NS ten aanzien van een specifieke
Daarbinnen bent u ook geïnteresseerd in alle factoren, argumenten en overwegingen die tezamen of
bevinding uit het rapport Hooghalen Door middel van deze nota wordt u
elkaar deels uitsluitend maakten dat de publicatie uiteindelijk was op 10 maart 2021 en niet een of
hierover nader gei nformeerd
meer dagen of weken eerder of later.
Oversteeksnelheid van zwaar verkeer bij NABO s
Verloop van de procedure
Uit onderzoek van ProRail en NS is gebleken dat de gemiddelde snelheid
De ontvangst van uw verzoek is schriftelijk bevestigd bij e-mail van 22 december 2021.
waarbij zwaar verkeer een onbewaakte overgang overgaat lager is dan ProRail
Op 19 januari 2022 is per e-mail de beslissing op uw Wob-verzoek met vier weken verdaagd.
tot nu toe heeft aangenomen Na overleg tussen NS en ProRail over dit punt
Op 16 februari 2022 is per e-mail de beslistermijn op uw Wob-verzoek met twee weken opgeschort
eind januari heeft er een gezamenlijke praktijkproef plaatsgevonden op
in verband met het opvragen van zienswijzen.
vrijdag 5 februah Dit heeft uitgewezen dat de gemiddelde snelheid van de
Wettelijk kader
langzaamste soort lange voertuigen max 18 75 meter op deze overwegen
Uw verzoek valt onder de reikwijdte van de Wob. Voor zover er documenten onder de reikwijdte van
moet worden berekend op ca 5 km u waarbij eerder door ProRail uitgegaan
de Wob vallen, zijn deze op grond daarvan beoordeeld. Voor de relevante wetsartikelen van de Wob
werd van 10 km u Hierdoor duurt de oversteektijd van een groot voertuig
verwijs ik u naar de bijlage 1 van dit besluit.
langer dan eerder door ProRail werd aangenomen Hiermee is de kans groter
Inventarisatie documenten
dan in eerste instantie door ProRail is gedacht dat de trein het voertuig kan
Er zijn in totaal 53 documenten opgenomen in de inventarislijst die als bijlage 2 bij dit besluit is
bereiken voordat de overweg is vrijgemaakt Dit is een gedeelde conclusie van
gevoegd.
NS en ProRail Naar aanleiding hiervan heeft intern ProRail niveau Raad van
Reeds openbaar
genomen om dit risico tot een
De Wob is niet van toepassing op documenten die reeds openbaar zijn gemaakt. Voor de in het
oerders maatregelen te treffen.
kader van dit Wob-verzoek geïnventariseerde documenten die reeds geheel of gedeeltelijk zijn
 
openbaar gemaakt en beschikbaar zijn, wordt op de inventarislijst verwezen naar de vindplaats van
Wat is het risico
die informatie.
Volgens ProRail is het risico dat de snelheid van een zwaarder verkeer
Pagina 2 van 8
onvoldoende is om een overgang over te steken rekening houdend met de
Zienswijzen
snelheid van de trein Volgens ProRail manifesteert het risico zich in dat de
Op 16, 18 februari en 16 maart 2022 zijn derde-belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om hun
oversteektijd onvoldoende is in vergelijking met de zogenaamde zichttijd Op
zienswijze naar voren te brengen. Deze zienswijzen heb ik in mijn belangenafweging meegenomen.
Pagina 1 van 2
Besluit
210042 0001
Ik heb besloten uw verzoek gedeeltelijk te honoreren en de documenten zoals weergegeven op de
het moment dat een chauffeur van een groot voertuig max 18 75 meter bij
inventarislijst geheel of gedeeltelijk openbaar te maken, dan wel niet openbaar te maken. Voor de
het naderen van een NABO de waarneming doet dat er geen trein in aankomst
motivering verwijs ik naar het onderdeel ‘Overwegingen’ van dit besluit. De inventarislijst maakt
is dus geen trein waarneembaar binnen 500m van Hoe kan er met reizigersorganisaties en vervoerders
integraal onderdeel uit van dit besluit. Voor de toegepaste weigeringsgronden per document wil ik u
het passeren van de NABO dan kan het risico oritstyyQ| jjgp gesprokan als er nog geen beeld is van de
verwijzen naar de inventarislijst.
passeren van het groot voertuig een trein de NABO
Overwegingen
binnen de 500m zone inrijdt Afhankeiijk van de geldt
Ingevolge artikel 3, vijfde lid, van de Wob, wordt een verzoek om informatie ingewilligd met
deze trein eerder op de overweg terechtkomen dan
inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11 van de Wob.
voertuig de overweg veiiig vrij heeft
Niet-openbaar in verband met buiten reikwijdte
|y|0|g^Eerst presentatie van het rapport aan ILT en ons en
Een aantal (passages van) documenten valt buiten de reikwijdte van uw verzoek. Het betreft
dan gezamenlijk bespreken weike opties aan de
passages uit een Whatsapp-chat over een andere aangelegenheid en documenten die als bijlagen bij
Hoe groot is het risico een trein W
een e-mail van ProRail zijn meegezonden. Deze bijlagen bevatten alleen algemene informatie over
ProRaii is bezig inzichtelijk te maken op weike NABcfe zigers en de vervoerder worden voorgelegd niet
maatregelen op NABO’s en zien niet op de planning en afstemming tussen partijen over de publicatie
gaat het volgens ProRaii om de NABO s waar een hcandersom
van het onderzoek naar het zeer ernstige ongeval op de NABO te Hooghalen.
wordt gereden boven 90 km u en die toegankelijk z
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, artikel 10, tweede lid, onder e, Wob
vervoer Het risico wordt groter waar zwaar vervoery^g^p^ jg g|g jnschatting van de effecten op de
Op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob blijft verstrekking van
dienstregeling Hoe lang zouden die gelden WeikeWeike maatreoelen wil ProRaii op korte termiin trefi
informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang dat de
ProRaii wil in overleg met vervoerders op korte tern altematieven zijn er daarom afgewogen
persoonlijke levenssfeer wordt geëerbiedigd. In een aantal documenten staan persoonsgegevens.
Hierbij kan gedacht worden aan twee mogelijkheder
Dit zijn gegevens die herleidbaar zijn tot een persoon, zoals namen, e-mailadressen,
1 Beperken zwaar verkeer op NABO s
functieaanduidingen en rechtstreekse telefoonnummers. Deze gegevens maak ik niet openbaar.
2 Snelheid van de treinen verlagen Ik kan met namelijk ook voorstellen dat een aantal
Ik ben van oordeel dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen ten aanzien
NABO’s in de winter in de praktijk niet gebruikt
van persoonsgegevens prevaleert boven het belang van openbaarmaking. Uit de documenten heb ik
voor de korte termijn kiezen ProRaii en NS er nu voworden en ook tijdelijk kunnen worden gesloten om
ook handtekeningen verwijderd. Dit heb ik mede gedaan met het oog op het voorkomen van
benadering van een aantal nog door ProRaii in be€ ^0 veiligheid te borgen
identiteitsfraude. De genoemde persoonsgegevens heb ik onleesbaar gemaakt onder vermelding van
verlagen Dit heeft volgens ProRaii en NS gevolgen ■
10.2.e.
zowel NS als de overige regionale vervoerders Daai
Het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling, artikel 10, tweede lid, onder g, Wob
februari een gesprek gevoerd met de reizigersvervo^taag met Spoed beSpreken in DGMO Staf
Op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob blijft verstrekking van
i
informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van het
r\
voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken
te nemen maatregelen Het is belangrijk dat zorgvu
natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.
maatregelen waar worden getroffen De verwachting is dat vanaf maandag 15
In documenten zijn conceptteksten die met derden zijn uitgewisseld gelakt op de bovengenoemde
februari ProRaii maatregelen in de praktijk kan treffen d w z aanwijzen van
grond. Deze conceptteksten maak ik niet openbaar. Het is van belang dat ambtenaren van mijn
lagere snelheden op baanvakken aan machinisten
ministerie en derden die betrokken zijn bij het beleidsvormingstraject in vrijheid en openheid van
gedachten kunnen wisselen. Openbaarmaking van concepten zou deze vrijheid en openheid in het
gedrang kunnen brengen met als gevolg dat deze partijen in het vervolg in mindere mate kunnen of
willen communiceren met mijn ministerie. Aangezien de communicatie met derden essentieel is voor
een gedegen beleidsontwikkeling en de definitieve versies van de documenten reeds openbaar zijn of
met dit besluit (gedeeltelijk) openbaar worden gemaakt, acht ik het belang van openbaarmaking van
concepten ondergeschikt aan het voorkomen van onevenredige benadeling van mijn ministerie.
Pagina 3 van 8
Er is informatie gewisseld met betrekking tot de NS in een WhatsApp conversatie. Daarnaast is met
ProRail informatie gewisseld in een email. Deze contacten hebben bijgedragen aan een zorgvuldige
en effectieve besluitvorming. Het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling onder de
Wob raakt onder andere het belang van het goed functioneren van het bestuursorgaan. Dit belang
komt ernstig in het gedrang als de bedoelde informatie openbaar wordt gemaakt. Het is noodzakelijk
dat de bedoelde informatie, die op vertrouwelijke basis verstrekt is, ook vertrouwelijk blijft. Het
belang van onder andere mijn ministerie en de bij dit proces betrokken derden zou onevenredig
nadeel ondervinden wanneer de vertrouwelijkheid van deze informatiestroom niet kan worden
gegarandeerd. Hierdoor zullen externe partijen in de toekomst minder snel informatie met mij delen,
hetgeen de beleidsvorming bemoeilijkt.
In de documenten staan e-mailadressen van een interne postbus en/of toegangscodes naar digitale
vergaderingen welke niet zijn bedoeld voor derden om de betreffende organisatie te benaderen of
om aan de vergaderingen deel te nemen. Openbaarmaking zal naar mijn oordeel leiden tot
onevenredige benadeling van die organisaties en of deelnemers van de bijeenkomsten, en vergroot
het risico op misbruik, overbelasting en onheus gebruik. Ik laat onder deze omstandigheden het
belang van voorkoming van onevenredige benadeling zwaarder wegen dan het belang van
openbaarheid van informatie.
Persoonlijke beleidsopvattingen uit intern beraad, artikel 11, eerste lid, Wob
Artikel 11, eerste lid, van de Wob bepaalt dat geen informatie wordt verstrekt over persoonlijke
beleidsopvattingen die zijn opgenomen in documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad.
Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden op grond van artikel 1, aanhef en onder f, van de Wob
verstaan: een opvatting, voorstel, aanbeveling of conclusie van een of meer personen over een
bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen aangevoerde argumenten. Feiten, prognoses,
beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een
overwegend objectief karakter merk ik niet aan als persoonlijke beleidsopvattingen.
Artikel 11, tweede lid, van de Wob bepaalt dat over persoonlijke beleidsopvattingen wel informatie
kan worden verstrekt met het oog op een goede democratische bestuursvoering, maar niet in tot
personen herleidbare vorm.
In dit geval is er aanleiding openheid te geven over de gedachtevorming die voorbereidend aan
besluitvorming heeft plaatsgevonden over het onderwerp van uw verzoek.
Ter voorkoming van een onvolledig of verkeerd beeld, acht ik openheid over persoonlijke
beleidsopvattingen gewenst.
Ik besluit daarom met toepassing van artikel 11, tweede lid, van de Wob, de persoonlijke
beleidsopvattingen (grotendeels) openbaar te maken in niet tot personen herleidbare vorm.
Ten aanzien van een aantal (passages in) documenten ga ik evenwel niet over tot het openbaar
maken van daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen ook niet in geanonimiseerde vorm.
Het gaat hierbij om de volgende situaties.
De conceptversies van documenten en/of tekstuele voorstellen op deze conceptversies maak ik niet
openbaar. Deze zijn bij uitstek bedoeld om in een vrije en open gedachtewisseling te beraadslagen
en te komen tot besluitvorming. Het belang van het functioneren van een bestuursorgaan komt
ernstig in gedrang als deze communicatie openbaar wordt.
Ik acht het ook niet in het belang van een goede en democratische bestuursvoering dat van
eenzelfde document meerdere versies in het publieke domein in omloop zijn, met als mogelijk gevolg
dat onduidelijkheid ontstaat over de inhoud van het betreffende document.
De definitieve versies van de bedoelde documenten zijn reeds openbaar of worden met dit besluit
(gedeeltelijk) openbaar gemaakt. Met het openbaar maken van de definitieve versie wordt het
belang van openbaarheid naar mijn oordeel voldoende gediend. Om die reden maak ik concepten in
Pagina 4 van 8
hun geheel niet openbaar op grond van artikel 11, eerste lid en artikel 10, tweede lid, onder g. Op de
inventarislijst zijn de betreffende documenten aangeduid met ‘11.1’ en in de documenten zijn de
betreffende passages overeenkomstig gelakt.
Wijze van openbaarmaking
De documenten die met dit besluit zoals vermeld op de inventarislijst geheel of gedeeltelijk worden
openbaargemaakt, worden u per e-mail toegestuurd.
Plaatsing op internet
Een geanonimiseerd afschrift van dit besluit en de documenten die door middel hiervan geheel of
gedeeltelijk openbaar worden gemaakt, worden geplaatst op www.rijksoverheid.nl.
Kennisgeving derde-belanghebbenden
De derde-belanghebbenden worden geïnformeerd over dit besluit.
Ik vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
Namens deze,
DE DIRECTEUR-GENERAAL MOBILITEIT
Pagina 5 van 8
Bezwaarclausule
Voor nadere informatie over dit besluit kunt u terecht bij de hierboven genoemde
contactpersoon. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen
belanghebbenden een bezwaarschrift indienen tegen dit besluit binnen zes weken na de
dag waarop dit is bekendgemaakt.
Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en
Waterstaat, ter attentie van Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, afdeling
Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken, postbus 20901, 2500 EX Den Haag.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:
a. naam en adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en
nummer of kenmerk);
d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen;
e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt.
Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het
bezwaarschrift.
Een bezwaarschrift kan uitsluitend per gewone post en niet per e-mail worden
ingediend.
Machtigt u iemand om namens u bezwaar te maken? Stuur dan ook een kopie van de
machtiging mee. Bij indiening van een bezwaarschrift namens een rechtspersoon, dient
u documenten mee te sturen (origineel uittreksel uit het handelsregister en/of een
kopie van de statuten van de rechtspersoon) waaruit blijkt dat u bevoegd bent namens
de rechtspersoon op te treden .
Pagina 6 van 8
Bijlage 1 – Relevante artikelen uit de Wob
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. document: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander
materiaal dat gegevens bevat;
b. bestuurlijke aangelegenheid: een aangelegenheid die betrekking heeft op
beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en de
uitvoering ervan;
c. intern beraad: het beraad over een bestuurlijke aangelegenheid binnen een
bestuursorgaan, dan wel binnen een kring van bestuursorganen in het kader
van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een bestuurlijke
aangelegenheid;
d. niet-ambtelijke adviescommissie: een van overheidswege ingestelde instantie,
met als taak het adviseren van een of meer bestuursorganen en waarvan geen
ambtenaren lid zijn, die het bestuursorgaan waaronder zij ressorteren
adviseren over de onderwerpen die aan de instantie zijn voorgelegd.
Ambtenaren, die secretaris of adviserend lid zijn van een adviesinstantie,
worden voor de toepassing van deze bepaling niet als leden daarvan
beschouwd;
e. ambtelijke of gemengd samengestelde adviescommissie: een instantie, met als
taak het adviseren van één of meer bestuursorganen, die geheel of gedeeltelijk
is samengesteld uit ambtenaren, tot wier functie behoort het adviseren van het
bestuursorgaan waaronder zij ressorteren over de onderwerpen die aan de
instantie zijn voorgelegd;
f. persoonlijke beleidsopvatting: een opvatting, voorstel, aanbeveling of
conclusie van een of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en
de daartoe door hen aangevoerde argumenten;
g. milieu-informatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 19.1a van de
Wet milieubeheer.
Artikel 10
1. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:
a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen;
b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden;
c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen
vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;
d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in de artikelen 9, 10 en 87 van de Algemene
verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de
persoonlijke levenssfeer maakt.
2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het
belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
a. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties;
b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen
of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen;
c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;
e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
f. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de
informatie;
g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid
betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.
Pagina 7 van 8
3. Het tweede lid, aanhef en onder e, is niet van toepassing voor zover de betrokken persoon heeft
ingestemd met openbaarmaking.
4. Het eerste lid, aanhef en onder c en d, het tweede lid, aanhef en onder e, en het zevende lid,
aanhef en onder a, zijn niet van toepassing voor zover het milieu-informatie betreft die betrekking
heeft op emissies in het milieu. Voorts blijft in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder c, het
verstrekken van milieu-informatie uitsluitend achterwege voor zover het belang van openbaarmaking
niet opweegt tegen het daar genoemde belang.
5. Het tweede lid, aanhef en onder b, is van toepassing op het verstrekken van milieu-informatie
voor zover deze handelingen betreft met een vertrouwelijk karakter.
6. Het tweede lid, aanhef en onder g, is niet van toepassing op het verstrekken van milieu-
informatie.
7. Het verstrekken van milieu-informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover
het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
a. de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft;
b. de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage.
8. Voor zover het vierde lid, eerste volzin, niet van toepassing is, wordt bij het toepassen van het
eerste, tweede en zevende lid op milieu-informatie in aanmerking genomen of deze informatie
betrekking heeft op emissies in het milieu.
Artikel 11
1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern
beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.
2. Over persoonlijke beleidsopvattingen kan met het oog op een goede en democratische
bestuursvoering informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene
die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de
informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.
3. Met betrekking tot adviezen van een ambtelijke of gemengd samengestelde adviescommissie kan
het verstrekken van informatie over de daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen
plaatsvinden, indien het voornemen daartoe door het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat
aan de leden van de adviescommissie voor de aanvang van hun werkzaamheden kenbaar is
gemaakt.
4. In afwijking van het eerste lid wordt bij milieu-informatie het belang van de bescherming van de
persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Informatie over
persoonlijke beleidsopvattingen kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Het
tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.

Siste sideversjon per 20. jan. 2023 kl. 09:54

  • nota terinformatie Kenmerk
  • IENW BSK 2021 36396
  • Voorgenomen besluit ProRail en NS t a v conclusies rapport Hooghalen

Inleiding Momenteel wordt door ProRail en NS geschreven aan het rapport naar aanleiding van het NABO incident te Hooghalen waarbij een machinist is komen te overlijden nadat de trein op een agrarisch voertuig is gebotst Tijdens het onderzoek hiernaar hebben ProRail en NS recent een bevinding gedaan die volgens hen ten behoeve van de veiligheid op en rondom het spoor zo snel mogelijk moet worden uitgevoerd Op dinsdag 9 februah jl is lenW op ambtelijk niveau bg^ifiraat door ProRail en NS ten aanzien van een specifieke bevinding uit het rapport Hooghalen Door middel van deze nota wordt u hierover nader gei nformeerd Oversteeksnelheid van zwaar verkeer bij NABO s Uit onderzoek van ProRail en NS is gebleken dat de gemiddelde snelheid waarbij zwaar verkeer een onbewaakte overgang overgaat lager is dan ProRail tot nu toe heeft aangenomen Na overleg tussen NS en ProRail over dit punt eind januari heeft er een gezamenlijke praktijkproef plaatsgevonden op vrijdag 5 februah Dit heeft uitgewezen dat de gemiddelde snelheid van de langzaamste soort lange voertuigen max 18 75 meter op deze overwegen moet worden berekend op ca 5 km u waarbij eerder door ProRail uitgegaan werd van 10 km u Hierdoor duurt de oversteektijd van een groot voertuig langer dan eerder door ProRail werd aangenomen Hiermee is de kans groter dan in eerste instantie door ProRail is gedacht dat de trein het voertuig kan bereiken voordat de overweg is vrijgemaakt Dit is een gedeelde conclusie van NS en ProRail Naar aanleiding hiervan heeft intern ProRail niveau Raad van genomen om dit risico tot een oerders maatregelen te treffen.

Wat is het risico Volgens ProRail is het risico dat de snelheid van een zwaarder verkeer onvoldoende is om een overgang over te steken rekening houdend met de snelheid van de trein Volgens ProRail manifesteert het risico zich in dat de oversteektijd onvoldoende is in vergelijking met de zogenaamde zichttijd Op Pagina 1 van 2 210042 0001 het moment dat een chauffeur van een groot voertuig max 18 75 meter bij het naderen van een NABO de waarneming doet dat er geen trein in aankomst is dus geen trein waarneembaar binnen 500m van Hoe kan er met reizigersorganisaties en vervoerders het passeren van de NABO dan kan het risico oritstyyQ| jjgp gesprokan als er nog geen beeld is van de passeren van het groot voertuig een trein de NABO binnen de 500m zone inrijdt Afhankeiijk van de geldt deze trein eerder op de overweg terechtkomen dan voertuig de overweg veiiig vrij heeft |y|0|g^Eerst presentatie van het rapport aan ILT en ons en dan gezamenlijk bespreken weike opties aan de Hoe groot is het risico een trein W ProRaii is bezig inzichtelijk te maken op weike NABcfe zigers en de vervoerder worden voorgelegd niet gaat het volgens ProRaii om de NABO s waar een hcandersom wordt gereden boven 90 km u en die toegankelijk z vervoer Het risico wordt groter waar zwaar vervoery^g^p^ jg g|g jnschatting van de effecten op de dienstregeling Hoe lang zouden die gelden WeikeWeike maatreoelen wil ProRaii op korte termiin trefi ProRaii wil in overleg met vervoerders op korte tern altematieven zijn er daarom afgewogen Hierbij kan gedacht worden aan twee mogelijkheder 1 Beperken zwaar verkeer op NABO s 2 Snelheid van de treinen verlagen Ik kan met namelijk ook voorstellen dat een aantal NABO’s in de winter in de praktijk niet gebruikt voor de korte termijn kiezen ProRaii en NS er nu voworden en ook tijdelijk kunnen worden gesloten om benadering van een aantal nog door ProRaii in be€ ^0 veiligheid te borgen verlagen Dit heeft volgens ProRaii en NS gevolgen ■ zowel NS als de overige regionale vervoerders Daai februari een gesprek gevoerd met de reizigersvervo^taag met Spoed beSpreken in DGMO Staf i r\ te nemen maatregelen Het is belangrijk dat zorgvu maatregelen waar worden getroffen De verwachting is dat vanaf maandag 15 februari ProRaii maatregelen in de praktijk kan treffen d w z aanwijzen van lagere snelheden op baanvakken aan machinisten